onderzoek naar wijken, gemeenten en regio's in Nederland


Wat is het belang van kunst en cultuur voor gemeenten?


Hoe kunnen gemeenten sturen op geluk?


StadsFoto

Wat zijn de sterke en zwakke punten van een gemeente, en hoe zijn die te verklaren?


Welk deel van de beroepsbevolking in de gemeente werkt en wat zijn de verklaringen voor een hoge of lage participatiegraad?


Hoe is het gesteld met de leefbaarheid in de wijken van de gemeente en wat is daar aan te doen?


In de Atlas voor gemeenten worden de vijftig grootste gemeenten van Nederland op meer dan vijftig punten vergeleken. Die vijftig gemeenten (G50) zijn geselecteerd op basis van de bevolkingsomvang op 1 januari 2003. Sindsdien is de selectie van gemeenten niet meer aangepast omdat daarmee de vergelijkbaarheid door de tijd wordt gegarandeerd, en wordt voorkomen dat door gemeentelijke herindelingen grote niet-stedelijke gemeenten zoals de gemeente Westland in de Atlas worden vergeleken met stedelijke gemeenten.

 

Wel zijn dit jaar voor het eerst – in de inleiding van de Atlas – ook enkele (thema)statistieken gepresenteerd voor 57 stedelijke regio’s (G57), waarvan de stedelijke kernen niet zijn gebaseerd op omvang, maar op centrumfunctie. Steden die wel tot de G57 behoren maar niet tot de G50, zijn: Assen, Den Helder, Doetinchem, Drachten, Emmeloord, Goes, Gorinchem, Heerenveen, Hoogeveen, Meppel, Middelburg, Roermond, Sneek, Terneuzen, Tiel, Weert, Winterswijk, Zutphen. 

 

De indicatoren waarop de gemeenten in de Atlas worden vergeleken zijn onderverdeeld in de categorieën ‘algemene informatie’, ‘bevolking’, ‘sociaal-economische positie’ en ‘woonaantrekkelijkheid’. In deel II van deze Atlas is van de indicatoren uit die categorieën per gemeente (indien mogelijk) de ontwikkeling door de tijd gepresenteerd, vergeleken met het gemiddelde van de G50. In deel III is per indicator een ranglijst opgenomen met de positie van de vijftig gemeenten ten opzichte van elkaar.

 

In dit vierde deel worden alle indicatoren beschreven die in de Atlas voor gemeenten 2018 zijn opgenomen. Van die indicatoren worden de bronnen en de manier van samenstelling beschreven. De bron geeft telkens aan waar de ruwe data vandaan komen. Die gegevens zijn meestal door de samenstellers van de Atlas bewerkt. Als geen bron vermeld staat is Atlas voor gemeenten zelf bronhouder. Een opsomming van alle gebruikte databronnen staat achter in dit deel.
 

Pagina 1 Algemene informatie


De eerste pagina per gemeente in deel II bevat algemene informatie over de gemeente: Het aantal inwoners, de geografische ligging en het grondgebruik. Bovendien zijn op deze pagina de twee samengestelde indices gepresenteerd: de sociaal-economische positie en de woonaantrekkelijkheid.

Naam gemeente

De samenstelling van gemeenten is herhaaldelijk gewijzigd. De belangrijkste wijzigingen betreffen samenvoegingen van gemeenten. Andere wijzigingen zijn grenscorrecties. Dikwijls zijn er ook kleine wijzigingen waarbij slechts enkele tientallen personen en een paar huizen betrokken zijn. Daarnaast zijn er grenswijzigingen waarbij alleen een stuk grond van de ene naar de andere gemeente gaat. Een vergelijking van cijfers uit verschillende jaren is niet zinvol wanneer deze cijfers betrekking hebben op verschillende gemeente-indelingen. Daarom zijn alle gegevens in deze Atlas omgerekend naar de gemeente-indeling van 1 januari 2017. Voor de gemeentegrenscorrecties is gebruikgemaakt van het Historisch Bestand Gemeenten van het CBS. Dat bestand geeft van elke grenswijziging het aantal personen, het aantal woningen en het oppervlak dat is overgedragen van de ene naar de andere gemeente. Ook naamswijzigingen zijn hierin opgenomen. Met behulp van de gegevens uit dat bestand is voor elke gemeente berekend hoeveel procent van de inwoners, woningen en oppervlakte in de nieuwe indeling bestaat uit inwoners, woningen en oppervlakte van een andere gemeente uit de oude indeling. Op basis van deze berekening zijn cijfers uit een oude gemeente-indeling omgerekend naar cijfers in de nieuwe gemeente-indeling. Ten opzichte van de Atlas voor gemeenten 2017 gaat het om een grenscorrectie in Groningen (grenscorrectie Meerstad) en een zonder inwoners of woningen voor Eindhoven. De bevolkingscijfers Nissewaard en Leeuwarden 2018 zijn gecorrigeerd voor de herindeling zodat deze consistent zijn met de indeling 2017.

Aantal inwoners

De omvang van de bevolking op 1 januari 2018 (CBS, StatLine).


Rang omvang gemeente

Het rangnummer van de gemeente op basis van de bevolkingsomvang op 1 januari 2018.

Geografische ligging

Op een kaart van Nederland zijn de contouren aangegeven van alle gemeenten die in de Atlas zijn opgenomen. De op deze pagina’s beschreven gemeente is blauw ingekleurd.

Grondgebruik

De totale oppervlakte van de gemeente, en de verdeling over de categorieën bebouwing, bos en natuur, recreatie, landbouw en water (bron: CBS Bodemstatistiek).

Woonaantrekkelijkheid

De woonaantrekkelijkheidsindex laat zien hoe aantrekkelijk een gemeente gevonden wordt om in te wonen. De woonaantrekkelijkheid van een gemeente is gemeten aan de hand van een index waarin acht factoren zijn opgenomen. De factoren hebben in de index elk een eigen gewicht meegekregen. De woonaantrekkelijkheidsindex bestaat, in volgorde van gewicht, uit de bereikbaarheid van de gemeente, het culturele aanbod (podiumkunsten), veiligheid (een gewogen samengestelde index op basis van het aantal geweldsmisdrijven en vernielingen), het aandeel koopwoningen in de woningvoorraad, de nabijheid van natuurgebieden, de kwaliteit van het culinaire aanbod, de aanwezigheid van een universiteit en het historische karakter van de stad (het percentage woningen gebouwd vóór 1945). De selectie van de factoren die deel uitmaken van de woonaantrekkelijkheidsindex en de bijbehorende wegingsfactoren zijn de uitkomst van een objectieve econometrische analyse. Dus niet op basis van een enquête en de subjectieve beleving van mensen, maar op basis van het feitelijke (woon)gedrag. Met een econometrische analyse is dat woongedrag van Nederlandse huishoudens onderzocht. De vraag naar woningen in de gemeenten is in verband gebracht met zoveel mogelijk factoren die op deze vraag van invloed zouden kunnen zijn. Op die manier is onderzocht wat de factoren zijn die de aantrekkingskracht van een stad bepalen. Bovendien wijst de analyse uit welk gewicht elke factor heeft ten opzichte van de andere factoren. Die factoren met bijbehorende wegingen leveren de woonaantrekkelijkheidsindex op. De bereikbaarheid van een gemeente weegt daarin het zwaarst. Vanuit gemeenten in de Randstad zijn ondanks files meer banen te bereiken dan vanuit gemeenten in de grensregio’s. Daarom staan veel gemeenten in de Randstad hoog op de ranglijst van de woonaantrekkelijkheidsindex. Wat in deze Atlas opvalt is dat de filedruk het afgelopen jaar met name in de zuidvleugel van de Randstad in relatieve zin is verbeterd, waardoor de meeste steden uit die regio zijn gestegen op de woonaantrekkelijksindex.

Ontwikkeling woonaantrekkelijkheid door de tijd

Behalve de samenstelling van de woonaantrekkelijkheidsindex voor het jaar 2018 en de positie op de ranglijst van meest aantrekkelijke gemeenten, is per gemeente ook de ontwikkeling van de relatieve positie op de ranglijst voor woonaantrekkelijkheid opgenomen. Bij sommige gemeenten zijn daarin flinke schommelingen zichtbaar. Dat komt omdat de rangnummers door de tijd worden vergeleken. Van sommige gemeenten liggen de waardes van de woonaantrekkelijkheidsindex dicht bij elkaar. Het gevolg daarvan is dat een lichte verslechtering van bijvoorbeeld het veiligheidsniveau ten opzichte van gemeenten met een vergelijkbare waarde op de index, een gemeente in één klap een aantal plaatsen kan laten dalen op de ranglijst. In deel III van de Atlas is een ranglijst opgenomen van de grootste stijgers en dalers op de woonaantrekkelijkheidsindex over de laatste tien jaar. Daar is de ontwikkeling op de feitelijke scores getoond. De ontwikkeling van de score kan vanzelfsprekend afwijken van de ontwikkeling in rangnummers. De scores op de woonaantrekkelijkheidsindex zijn met terugwerkende kracht gecorrigeerd voor gemeentelijke herindelingen. Daardoor kunnen de rangscores voor vroegere jaren in deze Atlas enigszins afwijken van die in eerdere 
Atlassen.

Sociaal-economische index
De sociaal-economische index bestaat uit het aandeel personen in de bijstand, het werkloosheidspercentage, het aandeel arbeidsongeschikten, het percentage huishoudens met een inkomen lager dan 105% van het sociaal minimum, het aandeel personen met een lage opleiding, de netto participatiegraad van vrouwen, de werkgelegenheid (het aantal banen in de gemeente als percentage van de beroepsbevolking) en het percentage banen in de financiële en zakelijke dienstverlening. De samenstelling van de sociaal-economische index is niet afgeleid uit een kwantitatieve analyse, maar gebaseerd op kwalitatieve kennis over arbeidsmarkt, werkgelegenheid en lokale economie. Voor het bepalen van de index is per kenmerk de rangorde van de gemeenten bepaald. Het rangnummer wordt gedeeld door vijftig om de score van de gemeente op een bepaald onderdeel te verkrijgen. De sociaal-economische index is de som van die scores en wordt op zijn beurt weer gesorteerd op rang. De gemeente met rangnummer 1 heeft de beste sociaal-economische positie.

Sociaal-economische index door de tijd

De sociaal-economische index door de tijd laat de ontwikkeling van de positie (rangnummers) op de sociaal-economische index zien. Gemeentelijke herindelingen blijken effect te hebben gehad op de sociaal-economische positie van gemeenten. Op basis van nieuwe gemeente-indelingen is de sociaal-economische index voor eerdere jaren herberekend. De Atlas gaat elk jaar van de nieuwste gemeente-indeling en de nieuwste beschikbare cijfers uit, en houdt die ook aan voor de eerdere jaren. Daardoor kunnen ook voor de oudere jaren lichte wijzigingen zijn opgetreden ten opzichte van de index in de vorige Atlas, maar is wel de vergelijkbaarheid door de tijd gegarandeerd.


Daarnaast kunnen de scores afwijken van die in eerdere edities omdat alle werkgelegenheidscijfers in de Atlas – en dus ook die in de sociaal-economische index – vanaf dit jaar zijn gebaseerd op het vestigingenregister van LISA. Het voordeel van dat bestand is dat banen per vestiging zijn geteld, zodat banen bij een supermarkt in een bepaalde stad ook bij die stad worden meegeteld, en niet bij de stad waar het hoofdkantoor van de supermarktketen staat. Dat betekent wel dat de score op de index als gevolg van de overgang naar een andere databron voor een aantal gemeenten in deze Atlas voor zowel dit jaar als voor eerdere jaren relatief fors is gewijzigd; met name voor Almere, Ede en Lelystad (hogere score dan voorheen) en voor Emmen, Deventer, Helmond en Tilburg (lagere score dan voorheen).
 

Pagina 2 Bevolking

 

Elke tweede pagina in deel II van de Atlas bevat grafieken met informatie over de ontwikkeling en de samenstelling van de bevolking van de betreffende gemeente, vergeleken met het gemiddelde van de 50 grootste gemeenten. 
 

Bevolking

De totale omvang van de bevolking in de gemeente (bron: CBS/GBA).
 

Herkomst
Het aantal mensen zonder en met een (westerse en niet-westerse) migratieachtergrond als percentage van de totale bevolking (bron: CBS). Mensen met een migratieachtergrond zijn alle personen van wie minstens één ouder in het buitenland is geboren. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen personen die zelf ook in het buitenland zijn geboren (de eerste generatie) en personen die in Nederland zijn geboren (de tweede generatie). Autochtonen zijn personen van wie de beide ouders in Nederland ter wereld kwamen, ongeacht het land waar zij zelf zijn geboren. In bijvoorbeeld Australië geboren kinderen van Nederlandse emigranten worden dus niet tot de mensen met een migratieachtergrond gerekend. Die groep is door het CBS op grond van het geboorteland van de persoon onderverdeeld in westers en niet-westers, tenzij de persoon in Nederland is geboren. In dat geval is de onderverdeling in westers en niet-westers bepaald aan de hand van het geboorteland van de moeder. Is die ook in Nederland geboren, dan is het geboorteland van de vader bepalend voor de onderverdeling in westers en niet-westers. Tot de categorie niet-westers behoren mensen uit Turkije, Afrika, Latijns-Amerika en Azië, met uitzondering van Japan en Indonesië. De overige landen van herkomst worden als westers gezien.

 

Laag- en hoogopgeleiden
Het aantal personen met maximaal een lagere opleiding of een hogere opleiding als percentage van de beroepsbevolking in de gemeente. Onder lager onderwijs vallen de opleidingen op niveau 1, 2 en 3 van de zogenoemde SOI. Dit is het gehele basisonderwijs en de eerste fase van het voortgezet onderwijs: lbo, vbo, vmbo, mavo en de eerste drie leerjaren van havo en vwo, plus het laagste niveau van het beroepsonderwijs. Onder hoger onderwijs vallen een hogere beroepsopleiding en een wetenschappelijke opleiding (bron: CBS/EBB). 

 

Vergroening en vergrijzing
Het aantal mensen van 15 tot en met 29 jaar en vanaf de AOW-leeftijd als percentage van de totale bevolking in de gemeente (bron: CBS).

 

Eenpersoonshuishoudens
Het aantal eenpersoonshuishoudens als percentage van het totaal aantal huishoudens in de gemeente (bron: CBS).

 

Gezinnen met kinderen
Aantal gezinnen met kinderen als percentage van het totaal aantal huishoudens in de gemeente (bron: CBS). Onder gezinnen met kinderen vallen zowel gezinnen met één ouder als gezinnen met twee ouders.


Samenhang en saamhorigheid
Het aandeel van de bevolking dat in een enquête (bron: Veiligheidsmonitor) aangeeft hoe het gesteld is met de samenhang en saamhorigheid in zijn woonomgeving. Daarbij zijn de antwoorden op de volgende vragen meegenomen:
- Thuis voelen: ‘Ik voel mij thuis bij de mensen die in deze buurt wonen.’
- Gezellige buurt: ‘Ik woon in een gezellige buurt met veel saamhorigheid.’
- Prettige omgang: ‘In deze buurt gaat men op een prettige manier met elkaar om.’
- Veel contact: ‘Ik heb veel contact met andere buurtbewoners.’
- Anonimiteit: ‘De mensen kennen elkaar in deze buurt nauwelijks.’
- Tevredenheid: ‘Ik ben tevreden met de bevolkingssamenstelling in deze buurt.’
 

Pagina 3 Economie

 

In deel II wordt op elke derde pagina de sociaal-economische situatie in een gemeente onder de loep genomen. Veel van deze factoren maken ook deel uit van de sociaal-economische index (zie beschrijving bij pagina 1).
 

Werkgelegenheid

De werkgelegenheid is de geïndexeerde (2007 = 100) ontwikkeling van het totaal aantal banen in de gemeente (bron: LISA). 
 

Zakelijke diensten

Aantal banen in de financiële en zakelijke dienstverlening als percentage van het totaal aantal banen (bron: LISA).
 

Creatieve bedrijfstakken
Het aantal banen in creatieve bedrijfstakken als percentage van het totaal aantal banen (bron: LISA). Creatieve bedrijfstakken (creative industries) zijn ‘bedrijfstakken die een esthetische en symbolische waarde toevoegen en/of de gebruiker of consument van producten ‘betekenis’ verschaffen en appelleren aan een bepaalde lifestyle’. Tot die creatieve bedrijfstakken behoren niet alleen de kunsten, maar ook de media en de creatieve zakelijke dienstverlening.

 

Cultuursector
Het aantal banen in de cultuursector, als percentage van het totaal aantal banen (bron: LISA). Hieronder vallen onder andere banen bij openbare bibliotheken, banen bij kunstuitleencentra en openbare archieven, banen bij musea, kunstgalerieën, expositieruimten en in de monumentenzorg, banen bij de beoefening van podiumkunsten, producenten van podiumkunsten, dienstverlening voor uitvoerende kunst, schrijven en overige scheppende kunst, banen bij theaters en en schouwburgen en banen bij evenementenhallen.

 

Bijstand
Het aantal personen dat afhankelijk is van een bijstandsuitkering als percentage van de bevolking tussen 18 jaar en AOW-leeftijd (bron: CBS).

 

Arbeidsongeschiktheid

Het aantal personen met een arbeidsongeschiktheidsuitkering (WIA, WAO, WAZ en Wajong) als percentage van de beroepsbevolking, plus het aantal arbeidsongeschikten omdat die formeel niet tot de beroepsbevolking behoren (bronnen: CBS en UWV Werkbedrijf). 

 

Werkloosheid

Aantal werklozen als percentage van de beroepsbevolking (bron: CBS/EBB). 

 

Werkloosheid naar herkomst
Aantal werklozen met en zonder (westerse en niet-westerse) migratieachtergrond als percentage van de omvang van de totale beroepsbevolking in die groep (bron: CBS/EBB). 

 

Participatie vrouwen

Aantal vrouwen dat werkt als percentage van de vrouwelijke potentiële beroepsbevolking (bron: CBS/EBB).
 

Armoede

Het percentage huishoudens met een inkomen lager dan 105% van het sociaal minimum (bron: CBS). De scores van eerdere jaren kunnen afwijken omdat het CBS dit jaar een andere methode heeft geïntroduceerd. Het percentage huishoudens met een minimuminkomen dat in de Atlas is opgenomen wordt uiteindelijk berekend door het aantal arme huishoudens te delen door het aantal particuliere huishoudens, exclusief studentenhuishoudens. 

 

Pagina 4 Woonaantrekkelijkheid

 

De laatste pagina per gemeente is volledig gereserveerd voor factoren die van invloed zijn op de aantrekkingskracht van een gemeente op verhuizende huishoudens. Veel van deze factoren maken ook deel uit van de woonaantrekkelijkheidsindex (zie beschrijving bij pagina 1).

 

Bereikbaarheid van banen
Bij de bereikbaarheid van banen gaat het om de bereikbaarheid van werk vanuit de gemeente, vanuit het perspectief van de inwoners (huishoudens). Ofwel: hoe goed kunnen mensen die in de betreffende gemeente wonen een gevarieerd aanbod banen in die gemeente en alle andere gemeenten in Nederland bereiken? Daarbij tellen banen die verder weg liggen minder zwaar mee dan banen dichtbij. De bereikbaarheid van banen is gebaseerd op de gemiddelde reistijdwaardering van Nederlandse werknemers. Daarbij is gerekend met werkelijke reistijden. De bereikbaarheid van banen is berekend voor de auto buiten de spits (eerste staafje in de figuur), de bereikbaarheid per auto in de spits (tweede staafje) en de bereikbaarheid per openbaar vervoer. De verschillen tussen de drie staafjes in de figuur geven aan in welke mate die bereikbaarheid verslechtert als gevolg van files (het verschil tussen het eerste en het tweede staafje), en of de gemeente in de spits beter bereikbaar is per auto of per openbaar vervoer (het verschil tussen het tweede en het derde staafje). 

 

Files
De gemiddelde extra reistijd van inwoners van de gemeente die buiten de gemeente werken als gevolg van files, uitgedrukt in minuten per dag. 

 

Onveiligheid
Het aantal geweldsmisdrijven en vernielingen, per 1000 inwoners in de gemeente (bron: CBS).

 

Geluidshinder
Het aandeel van de inwoners van een gemeente dat in de woonomgeving te maken heeft met een gemiddelde cumulatieve geluidsbelasting van meer dan 65 decibel (bron: RIVM). Geluidsbelasting is modelmatig ingeschat op basis van de ligging van (spoor)wegen, industrieterreinen en windturbines. Die uitkomsten zijn gecombineerd met de geluidskaarten van het Nationaal Lucht- en Ruimtevaartlaboratorium om per (woon)gebied te komen tot een indicatieve maat voor cumulatieve geluidsbelasting.


Concentratie fijnstof
De gemiddelde fijnstofconcentratie (PM2,5) in de gemeente in het jaar 2017 (bron: RIVM).

 

Concentratie stikstof
De gemiddelde stikstofconcentratie (NOx =  NO + NO2) in de gemeente in het jaar 2017 (bron: RIVM).

 

Culinaire kwaliteit
Het kwalitatieve aanbod van restaurants is gemeten aan de hand van het oordeel van de rapporteurs van restaurantgids Lekker en de Michelingids. In de Michelingids zijn 108 Nederlandse restaurants opgenomen. De restaurantgids Lekker presenteert jaarlijks vijfhonderd Nederlandse kwaliteitsrestaurants. Bovendien wordt uit deze vijfhonderd een top-100 samengesteld. Om tot de culinaire kwaliteitsindicator te komen hebben gemeenten per restaurant met vermelding in de Lekker één punt gekregen. Vermelding in de top-100 leverde één bonuspunt op, en de eerste plaats nog eens één bonuspunt (in totaal dus drie punten voor het restaurant op de eerste plaats in de Lekker). Elke ster in de Michelingids leverde eveneens een punt op (een restaurant met drie sterren kreeg dus drie punten, gelijk aan een eerste plaats in de Lekker top-100). Al die punten zijn vervolgens opgeteld, zodat feitelijk een gemiddelde is genomen van het oordeel van de Lekker-rapporteurs en de Michelin-rapporteurs. De score per gemeente is tot slot gedeeld door de bevolkingsomvang. De kwaliteitsindicator is zo een maat voor de dichtheid van kwaliteitsrestaurants in een bepaalde gemeente. Die indicator is uiteindelijk weergegeven als het aantal culinaire kwaliteitspunten per 50.000 inwoners.

 

Huizenprijzen
Als indicator voor huizenprijzen is de mediane verkoopprijs per vierkante meter in de gemeente en de bijbehorende bandbreedte opgenomen. Op die manier is niet alleen het prijsniveau, maar ook de variatie in prijzen binnen de gemeente met die in de andere gemeenten te vergelijken. De ondergrens van de bandbreedte is de laagste prijs van de 90% duurste wijken in de gemeente, de bovengrens van de bandbreedte is de hoogste prijs van de 90% goedkoopste woningen. Als basis voor deze indicator dienden de huizenprijzen per vierkante meter op 4-positie-postcodeniveau (bron: NVM).


Woningvoorraad: eigendom
Aantal koopwoningen, particuliere huurwoningen en corporatiehuurwoningen als percentage van de totale woningvoorraad (bron: CBS).

 

Woningvoorraad: bouwperiode
Aantal vooroorlogse woningen (met bouwjaar voor 1945), vroegnaoorlogse woningen (met bouwjaar tot 1970) en laatnaoorlogse woningen (met bouwjaar vanaf 1970), als percentage van de totale woningvoorraad (bron: CBS).

 

Cultuurindex
De totale score op de regionale cultuurindex (pijler capaciteit) en de deelscores voor het aanbod aan podiumkunsten, erfgoed, beeldende kunst, letteren en film in de gemeente. In deel I van deze Atlas ‘Cultuurregio’s en de regionale cultuurindex’ staat een uitgebreide beschrijving van de samenstelling van deze indices.