onderzoek naar wijken, gemeenten en regio's in Nederland


StadsFoto

Wat zijn de sterke en zwakke punten van een gemeente, en hoe zijn die te verklaren?


Hoe is het gesteld met de leefbaarheid in de wijken van de gemeente en wat is daar aan te doen?


Wat is het belang van kunst en cultuur voor gemeenten?


Hoe kunnen gemeenten sturen op geluk?


Welk deel van de beroepsbevolking in de gemeente werkt en wat zijn de verklaringen voor een hoge of lage participatiegraad?


In de Atlas voor gemeenten worden de vijftig grootste gemeenten van Nederland op meer dan vijftig punten vergeleken. Die vijftig gemeenten (G50) zijn geselecteerd op basis van de bevolkingsomvang op 1 januari 2003. Sindsdien is de selectie van gemeenten niet meer aangepast omdat daarmee de vergelijkbaarheid door de tijd wordt gegarandeerd, en wordt voorkomen dat door gemeentelijke herindelingen grote niet-stedelijke gemeenten zoals de gemeente Westland in de Atlas worden vergeleken met stedelijke gemeenten.
 

De indicatoren waarop de gemeenten in de Atlas worden vergeleken zijn onderverdeeld in de categorieën ‘algemene informatie’, ‘bevolking’, ‘sociaal-economische positie’ en ‘woonaantrekkelijkheid’. In deel II van deze Atlas is van de indicatoren uit die categorieën per gemeente (indien mogelijk) de ontwikkeling door de tijd gepresenteerd, vergeleken met het gemiddelde van de G50. In deel III is per indicator een ranglijst opgenomen met de positie van de vijftig gemeenten ten opzichte van elkaar.

 

In dit vierde deel worden alle indicatoren beschreven die in de Atlas voor gemeenten 2019 zijn opgenomen. Van die indicatoren worden de bronnen en de manier van samenstelling beschreven. De bron geeft telkens aan waar de ruwe data vandaan komen. Die gegevens zijn meestal door de samenstellers van de Atlas bewerkt. Als geen bron vermeld staat, is Atlas voor gemeenten zelf bronhouder. Een opsomming van alle gebruikte databronnen staat achter in dit deel.

 

 

Pagina 1 Algemene informatie


De eerste pagina per gemeente in deel II bevat algemene informatie over de gemeente: het aantal inwoners, de geografische ligging en het grondgebruik. Bovendien zijn op deze pagina de twee samengestelde indices gepresenteerd: de sociaal-economische positie en de woonaantrekkelijkheid.

Naam gemeente

De samenstelling van gemeenten is herhaaldelijk gewijzigd. De belangrijkste wijzigingen betreffen samenvoegingen van gemeenten. Andere wijzigingen zijn grenscorrecties. Dikwijls zijn er ook kleine wijzigingen waarbij slechts enkele tientallen personen en een paar huizen betrokken zijn. Daarnaast zijn er grenswijzigingen waarbij alleen een stuk grond van de ene naar de andere gemeente gaat. Een vergelijking van cijfers uit verschillende jaren is niet zinvol wanneer deze cijfers betrekking hebben op verschillende gemeente-indelingen. Daarom zijn alle gegevens in deze Atlas omgerekend naar de gemeente-indeling van 1 januari 2018. Voor de gemeentegrenscorrecties is gebruikgemaakt van het Historisch Bestand Gemeenten van het CBS. Dat bestand geeft van elke grenswijziging het aantal personen, het aantal woningen en het oppervlak dat is overgedragen van de ene naar de andere gemeente. Ook naamswijzigingen zijn hierin opgenomen. Met behulp van de gegevens uit dat bestand is voor elke gemeente berekend hoeveel procent van de inwoners, woningen en oppervlakte in de nieuwe indeling bestaat uit inwoners, woningen en oppervlakte van een andere gemeente uit de oude indeling. Op basis van deze berekening zijn cijfers uit een oude gemeente-indeling omgerekend naar cijfers in de nieuwe gemeente-indeling. Ten opzichte van de Atlas voor gemeenten 2018 ging het dit keer om drie wijzigingen; aan Leeuwarden zijn de voormalige gemeenten Leeuwarderadeel en een deel van Littenseradiel toegevoegd, een deel van Nissewaard (Oudenhoorn) is overgegaan naar Hellevoetsluis en er is een kleine grenswijziging geweest waardoor er een aantal inwoners van Tilburg naar Goirle is gegaan.

Aantal inwoners

De omvang van de bevolking op 1 januari 2018 (CBS, StatLine).


Rang omvang gemeente

Het rangnummer van de gemeente op basis van de bevolkingsomvang op 1 januari 2018.

Geografische ligging

Op een kaart van Nederland zijn de contouren aangegeven van alle gemeenten die in de Atlas zijn opgenomen. De op deze pagina’s beschreven gemeente is blauw ingekleurd.

Grondgebruik

De totale oppervlakte van de gemeente, en de verdeling over de categorieën bebouwing, bos en natuur, recreatie, landbouw en water (bron: CBS Bodemstatistiek).

Woonaantrekkelijkheid

De woonaantrekkelijkheidsindex laat zien hoe aantrekkelijk een gemeente gevonden wordt om in te wonen. De woonaantrekkelijkheid van een gemeente is gemeten aan de hand van een index waarin acht factoren zijn opgenomen. De factoren hebben in de index elk een eigen gewicht meegekregen. De woonaantrekkelijkheidsindex bestaat, in volgorde van gewicht, uit de bereikbaarheid van de gemeente, het culturele aanbod (podiumkunsten), veiligheid (een gewogen samengestelde index op basis van het aantal geweldsmisdrijven en vernielingen), het aandeel koopwoningen in de woningvoorraad, de nabijheid van natuurgebieden, de kwaliteit van het culinaire aanbod, de aanwezigheid van een universiteit en het historische karakter van de stad (het percentage woningen gebouwd vóór 1945). De selectie van de factoren die deel uitmaken van de woonaantrekkelijkheidsindex en de bijbehorende wegingsfactoren zijn de uitkomst van een objectieve econometrische analyse.[1] Dus niet op basis van een enquête en de subjectieve beleving van mensen, maar op basis van het feitelijke (woon)gedrag. Met een econometrische analyse is dat woongedrag van Nederlandse huishoudens onderzocht. De vraag naar woningen in de gemeenten is in verband gebracht met zoveel mogelijk factoren die op deze vraag van invloed zouden kunnen zijn. Op die manier is onderzocht wat de factoren zijn die de aantrekkingskracht van een stad bepalen. Bovendien wijst de analyse uit welk gewicht elke factor heeft ten opzichte van de andere factoren. Die factoren met bijbehorende wegingen leveren de woonaantrekkelijkheidsindex op. De bereikbaarheid van een gemeente weegt daarin het zwaarst. Vanuit gemeenten in de Randstad zijn ondanks files meer banen te bereiken dan vanuit gemeenten in de grensregio’s. Dat komt omdat er hoge grensbarrières zijn, waardoor banen over de grens niet meetellen in de woonbeslissing van mensen en dus ook niet in de woonaantrekkelijkheidsindex. Daarom staan veel gemeenten in de Randstad hoog op de ranglijst van de woonaantrekkelijkheidsindex en gemeenten in de grensregio’s laag.

 

[1] Zie: G.A. Marlet, 2009: De aantrekkelijke stad (VOC Uitgevers, Nijmegen), hoofdstuk 5.


Ontwikkeling woonaantrekkelijkheid door de tijd

Behalve de samenstelling van de woonaantrekkelijkheidsindex voor het jaar 2019 en de positie op de ranglijst van meest aantrekkelijke gemeenten, is per gemeente ook de ontwikkeling van de relatieve positie op de ranglijst voor woonaantrekkelijkheid opgenomen. Bij sommige gemeenten zijn daarin flinke schommelingen zichtbaar. Dat komt omdat de rangnummers door de tijd worden vergeleken. Van sommige gemeenten liggen de waardes van de woonaantrekkelijkheidsindex dicht bij elkaar. Het gevolg daarvan is dat een lichte verslechtering van bijvoorbeeld het veiligheidsniveau ten opzichte van gemeenten met een vergelijkbare waarde op de index, een gemeente in één klap een aantal plaatsen kan laten dalen op de ranglijst. De scores op de woonaantrekkelijkheidsindex zijn met terugwerkende kracht gecorrigeerd voor gemeentelijke herindelingen. Daardoor kunnen de rangscores voor vroegere jaren in deze Atlas enigszins afwijken van die in eerdere Atlassen.

Sociaal-economische index
De sociaal-economische index bestaat uit het aandeel personen in de bijstand, het werkloosheidspercentage, het aandeel arbeidsongeschikten, het percentage huishoudens met een inkomen lager dan 105% van het sociaal minimum, het aandeel personen met een lage opleiding, de netto participatiegraad van vrouwen, de werkgelegenheid (het aantal banen in de gemeente als percentage van de beroepsbevolking) en het percentage banen in de financiële en zakelijke dienstverlening. De samenstelling van de sociaal-economische index is niet afgeleid uit een kwantitatieve analyse, maar gebaseerd op kwalitatieve kennis over arbeidsmarkt, werkgelegenheid en lokale economie. Voor het bepalen van de index is per kenmerk de rangorde van de gemeenten bepaald. Het rangnummer wordt gedeeld door vijftig om de score van de gemeente op een bepaald onderdeel te verkrijgen. De sociaal-economische index is de som van die scores en wordt op zijn beurt weer gesorteerd op rang. De gemeente met rangnummer 1 heeft de beste sociaal-economische positie

Sociaal-economische index door de tijd

De sociaal-economische index door de tijd laat de ontwikkeling van de positie (rangnummers) op de sociaal-economische index zien. Gemeentelijke herindelingen blijken effect te hebben gehad op de sociaal-economische positie van gemeenten. Op basis van nieuwe gemeente-indelingen is de sociaal-economische index voor eerdere jaren herberekend. De Atlas gaat elk jaar van de nieuwste gemeente-indeling en de nieuwste beschikbare cijfers uit, en houdt die ook aan voor de eerdere jaren. Daardoor kunnen ook voor de oudere jaren lichte wijzigingen zijn opgetreden ten opzichte van de index in eerdere Atlassen, maar is wel de vergelijkbaarheid door de tijd gegarandeerd.

 

Pagina 2 Bevolking

 

Elke tweede pagina in deel II van de Atlas bevat grafieken met informatie over de ontwikkeling en de samenstelling van de bevolking van de betreffende gemeente, vergeleken met het gemiddelde van de vijftig grootste gemeenten.

 

Bevolking

De ontwikkeling van de totale omvang van de bevolking in de gemeente (bron: CBS/GBA).

 

Geboorte en sterfte

De bevolkingsontwikkeling als gevolg van het saldo van geboorte en sterfte in de gemeente. Allereerst is het aantal inwoners aan het begin van een jaar genomen, vervolgens is voor het opvolgende jaar het saldo van geboorte en sterfte bepaald, en gedeeld door het aantal inwoners aan het begin van de periode. Het in de grafiek getoonde indexcijfer laat dan dus zien hoe de bevolking zich heeft ontwikkeld als naar één deel (het saldo van geboorte en sterfte) van de totale ontwikkeling wordt gekeken.

 

Binnenlandse migratie

De bevolkingsontwikkeling als gevolg van binnenlandse verhuizingen van en naar de gemeente. Allereerst is het aantal inwoners aan het begin van een jaar genomen, vervolgens is voor het opvolgende jaar het saldo van inkomende en uitgaande binnenlandse verhuizingen bepaald, en gedeeld door het aantal inwoners aan het begin van de periode. Het in de grafiek getoonde indexcijfer laat dan dus zien hoe de bevolking zich heeft ontwikkeld als naar één deel (het saldo van binnenlandse verhuizingen) van de totale ontwikkeling wordt gekeken.

 

Grensoverschrijdende migratie (totaal)

De bevolkingsontwikkeling als gevolg van grensoverschrijdende verhuizingen van en naar de gemeente. Allereerst is het aantal inwoners aan het begin van een jaar genomen, vervolgens is voor het opvolgende jaar het saldo van immigratie en emigratie bepaald, en gedeeld door het aantal inwoners aan het begin van de periode. Het in de grafiek getoonde indexcijfer laat dan dus zien hoe de bevolking zich heeft ontwikkeld als naar één deel (het saldo van grensoverschrijdende verhuizingen) van de totale ontwikkeling wordt gekeken.

 

Grensoverschrijdende migratie (westers en niet-westers)

Deze grafiek laat hetzelfde zien als de vorige maar nu – vanwege databeschikbaarheid – voor een kortere periode (1988-2017 in plaats van 1968-2018) beperkt tot het saldo van immigratie en emigratie van mensen die enerzijds in een westers en anderzijds in een niet-westers land geboren zijn. Migranten zijn door het CBS op grond van het geboorteland van de persoon onderverdeeld in westers en niet-westers. Tot de categorie niet-westers behoren mensen uit Turkije, Afrika, Latijns-Amerika en Azië, met uitzondering van Japan en Indonesië. De overige landen van herkomst worden als westers gezien.

 

Verstedelijking

Het aandeel van de totale bevolking in de gemeente dat in een buurt woont met een hoge en lage mate van verstedelijking. De mate van verstedelijking is gebaseerd op de vijf klassen die het CBS hanteert en die gebaseerd zijn op de bevolkingsdichtheid in een buurt (de zogenoemde OAD; omgevingsadressendichtheid).

 

Huishoudens

Het aantal inwoners per particulier huishouden (bron: CBS).

 

Beroepsbevolking

Het aantal inwoners in de gemeente dat kan en wil werken (bron: Enquête beroepsbevolking, CBS).

 

Laagopgeleiden

Het aantal personen met maximaal een lagere opleiding als percentage van de beroepsbevolking in de gemeente. Onder lager onderwijs vallen de opleidingen op niveau 1, 2 en 3 van de zogenoemde SOI. Dit is het gehele basisonderwijs en de eerste fase van het voortgezet onderwijs: lbo, vbo, vmbo, mavo en de eerste drie leerjaren van havo en vwo, plus het laagste niveau van het beroepsonderwijs (bron: CBS/EBB).

 

Pagina 3 Economie

 

In deel II wordt op elke derde pagina de sociaal-economische situatie in een gemeente onder de loep genomen. De meeste van deze factoren maken ook deel uit van de sociaal-economische index (zie beschrijving bij pagina 1).

 

Werkgelegenheid

De werkgelegenheid is de geïndexeerde (2008 = 100) ontwikkeling van het totaal aantal banen in de gemeente (bron: LISA).

 

Zakelijke diensten

Aantal banen in de financiële en zakelijke dienstverlening als percentage van het totaal aantal banen (bron: LISA).

 

Bijstand

Het aantal personen dat afhankelijk is van een bijstandsuitkering als percentage van de bevolking tussen achttien jaar en AOW-leeftijd (bron: CBS).

 

Arbeidsongeschiktheid

Het aantal personen met een arbeidsongeschiktheidsuitkering (WIA, WAO, WAZ en Wajong) als percentage van de beroepsbevolking, plus het aantal arbeidsongeschikten omdat die formeel niet tot de beroepsbevolking behoren (bronnen: CBS, UWV Werkbedrijf, Atlas Sociale Verzekeringen).

 

Werkloosheid

Aantal werklozen als percentage van de beroepsbevolking (bron: CBS/EBB).

 

Werkloosheid naar leeftijd

Het aantal werklozen onder de beroepsbevolking in verschillende leeftijdsklassen; 15-24 jaar, 25-44 jaar en 45-74 jaar (bron: CBS/EBB).

 

Participatie vrouwen

Het aantal vrouwen dat werkt als percentage van de vrouwelijke potentiële beroepsbevolking (bron: CBS/EBB).

 

Armoede

Het percentage huishoudens met een inkomen lager dan 105% van het sociaal minimum (bron: CBS). De scores van eerdere jaren kunnen afwijken omdat het CBS dit jaar een andere methode heeft geïntroduceerd. Het percentage huishoudens met een minimuminkomen dat in de Atlas is opgenomen wordt uiteindelijk berekend door het aantal arme huishoudens te delen door het aantal particuliere huishoudens, exclusief studentenhuishoudens.

 

Stuwende werkgelegenheidsgroei

Een deel van de werkgelegenheidsgroei in een gemeente volgt de toename van de bevolking: werken volgt wonen. Waar meer mensen gaan wonen zijn meer bakkers, slagers, notarissen, etc. nodig. De coëfficiënt tussen bevolkingsgroei en werkgelegenheidsgroei (gecorrigeerd voor andere verklarende factoren) is zelfs groter dan één.[2] Als de werkgelegenheidsgroei in de gemeente op basis van de coëfficiënt uit dat model wordt gecorrigeerd voor bevolkingsgroei blijft de werkgelegenheidsgroei over die niet het gevolg is van bevolkingsgroei. Die groei wordt hier de stuwende werkgelegenheidsgroei genoemd.

 

Grenspendel (inkomend)

Het aandeel werknemers dat in België of Duitsland woonachtig is afgezet tegen het totaal aantal banen in de gemeente (dus: welk deel van de banen in de gemeente wordt ingevuld door iemand die in België of Duitsland woont), stand december 2016 (bron: CBS). Deze gegevens zijn gebaseerd op voorlopige cijfers van het CBS.

 

Grenspendel (uitgaand)

Het aandeel werknemers dat in het buitenland inkomen uit arbeid verdient, is afgezet tegen de totale werkzame beroepsbevolking in de gemeente, stand december 2016 (bron: CBS). Op basis van de polisadministratie is bepaald hoeveel personen bij de aangifte inkomstenbelasting opgaven minimaal het minimummaandloon te verdienen uit arbeid in het buitenland. In tegenstelling tot de gegevens over de inkomende grenspendel omvatten deze gegevens ook personen die in een ander land dan België of Duitsland werkten.

 

[2] G.A. Marlet, C.M.C.M. van Woerkens, 2007: The Dutch Creative class and how it fosters urban employment growth, in: Urban Studies, 44, 13, pp. 2605-2626.

 

Pagina 4 Woonaantrekkelijkheid

 

De laatste pagina per gemeente is volledig gereserveerd voor factoren die van invloed zijn op de aantrekkingskracht van een gemeente op verhuizende huishoudens.[3] Veel van deze factoren maken ook deel uit van de woonaantrekkelijkheidsindex (zie beschrijving bij pagina 1).

 

Bereikbaarheid van banen

Bij de bereikbaarheid van banen gaat het om de bereikbaarheid van werk vanuit de gemeente, vanuit het perspectief van de inwoners (huishoudens). Ofwel: hoe goed kunnen mensen die in de betreffende gemeente wonen een gevarieerd aanbod banen in die gemeente en alle andere gemeenten in Nederland bereiken? Daarbij tellen banen die verder weg liggen minder zwaar mee dan banen dichtbij. De bereikbaarheid van banen is gebaseerd op de gemiddelde reistijdwaardering van Nederlandse werknemers. Daarbij is gerekend met werkelijke reistijden. De bereikbaarheid van banen is berekend voor de auto buiten de spits (eerste staafje in de figuur), de bereikbaarheid per auto in de spits (tweede staafje) en de bereikbaarheid per openbaar vervoer. De verschillen tussen de drie staafjes in de figuur geven aan in welke mate die bereikbaarheid verslechtert als gevolg van files (het verschil tussen het eerste en het tweede staafje), en of de gemeente in de spits beter bereikbaar is per auto of per openbaar vervoer (het verschil tussen het tweede en het derde staafje). 

 

Reistijden van werkenden

Gemiddelde reistijd woon-werkverkeer vanuit de gemeente. Van de werkende bevolking in de gemeente is de plek van de woning en de plek van het werk bepaald. Op basis van een reistijdenmatrix is tussen die twee locaties is de reistijd bepaald, rekening houdend met files. Vervolgens is per klasse – 0-15; 15-30; 30-45; 45-60 en 60-75 minuten – het aandeel van de werkzame beroepsbevolking bepaald.

 

Huizenprijzen

Als indicator voor huizenprijzen is de mediane verkoopprijs per vierkante meter in de gemeente en de bijbehorende bandbreedte opgenomen. Op die manier is niet alleen het prijsniveau, maar ook de variatie in prijzen binnen de gemeente met die in de andere gemeenten te vergelijken. De ondergrens van de bandbreedte is de laagste prijs van de negentig procent duurste wijken in de gemeente, de bovengrens van de bandbreedte is de hoogste prijs van de negentig procent goedkoopste woningen. Als basis voor deze indicator dienden de huizenprijzen per vierkante meter op 4-positie-postcodeniveau (bron: NVM).

 

Woningvoorraad: eigendom

Aantal koopwoningen, particuliere huurwoningen en corporatiehuurwoningen als percentage van de totale woningvoorraad (bron: CBS).

 

Woningvoorraad: bouwperiode

Aantal vooroorlogse woningen (met bouwjaar voor 1945), vroegnaoorlogse woningen (met bouwjaar tot 1970) en laatnaoorlogse woningen (met bouwjaar vanaf 1970), als percentage van de totale woningvoorraad (bron: CBS).

 

Podiumkunsten

Het aantal uitvoeringen in de podiumkunsten in de gemeente. Onder podiumkunsten vallen toneel (waaronder ook ballet, dans, cabaret, musical), klassieke muziek en popmuziek (waaronder ook jazz, lichte muziek en wereldmuziek). Klassieke muziek bevat ook de categorie opera. Voor het aanbod podiumkunsten is gebruikgemaakt van het aantal voorstellingen in de theaters en poppodia die aangesloten zijn bij de Vereniging voor Schouwburg en Concertgebouwdirecties (VSCD), de Vereniging Nederlandse Poppodia en Festivals (VNPF) of die opgenomen zijn in het bestand van EM-Cultuur en waarvoor de data bij de afzonderlijke instellingen verzameld zijn.[4]

 

Restaurants

Het aantal restaurants in de gemeente per 10.000 inwoners (bron: LISA).

 

Culinaire kwaliteit

Het kwalitatieve aanbod van restaurants is gemeten aan de hand van het oordeel van de rapporteurs van restaurantgids Lekker en de Michelingids. In de Michelingids zijn 110 Nederlandse restaurants opgenomen. De restaurantgids Lekker presenteert jaarlijks vijfhonderd Nederlandse kwaliteitsrestaurants. Bovendien wordt uit deze vijfhonderd een top-100 samengesteld. Om tot de culinaire kwaliteitsindicator te komen hebben gemeenten per restaurant met vermelding in de Lekker één punt gekregen. Vermelding in de top-100 leverde één bonuspunt op, en de eerste plaats nog eens één bonuspunt (in totaal dus drie punten voor het restaurant op de eerste plaats in de Lekker). Elke ster in de Michelingids leverde eveneens een punt op (een restaurant met drie sterren kreeg dus drie punten, gelijk aan een eerste plaats in de Lekker top-100). Al die punten zijn vervolgens opgeteld, zodat feitelijk een gemiddelde is genomen van het oordeel van de Lekker-rapporteurs en de Michelin-rapporteurs. De score per gemeente is tot slot gedeeld door de bevolkingsomvang. De kwaliteitsindicator is zo een maat voor de dichtheid van kwaliteitsrestaurants in een bepaalde gemeente. Die indicator is uiteindelijk weergegeven als het aantal culinaire kwaliteitspunten per 50.000 inwoners.

 

Culinaire diversiteit

Het gewogen gemiddelde aantal verschillende keukens dat vanuit het uitgaanscentrum binnen een straal van vijfhonderd meter bereikt kan worden (bron: eet.nu). Hierbij wordt de indeling in 68 verschillende keukens van eet.nu gehanteerd. Het uitgaanscentrum van een gemeente is bepaald als de postcode met het hoogste aantal bereikbare restaurants, plus de postcodes die binnen een straal van honderd meter van deze postcode liggen.

 

Onveiligheid

Samengestelde index op basis van het aantal geweldsmisdrijven en vernielingen, per 1000 inwoners in de gemeente (bron: CBS).

 

Voorzieningen (omvang)

Het totaal aantal voorzieningen (op het gebied van dagelijkse boodschappen en overige winkels, horeca, kunst en cultuur, onderwijs, sport en zorg) dat een inwoner van de gemeente gemiddeld binnen een straal van duizend meter van zijn woning kan bereiken (bron: De Telefoongids, DUO (locaties van scholen), Atlas voor gemeenten (locaties van theaters en concertzalen)).

 

Voorzieningen (diversiteit)

Het aantal verschillende typen voorzieningen dat een inwoner van de gemeente binnen een straal van duizend meter van zijn woning kan bereiken (bron: De Telefoongids, DUO (locaties van scholen), Atlas voor gemeenten (locaties van theaters en concertzalen)). Hierbij wordt een indeling in 83 rubrieken gehanteerd.

 

Grenzeloze bereikbaarheid van banen

In de reguliere indicator voor de bereikbaarheid van banen die jaarlijks in de Atlas voor gemeenten wordt opgenomen worden banen in het buitenland niet meegeteld. De reden daarvoor is dat de grensbarrières op de arbeidsmarkt zo hoog zijn dat banen over de grens niet of nauwelijks meetellen in de woonbeslissing van mensen. In deze Atlas is de bereikbaarheid van banen tevens berekend in een situatie waarin (alle) banen over de grens wel meetellen. Net als voor de Nederlandse bereikbaarheid van banen is daarbij gerekend met reistijden. Daarvoor is de reistijd in minuten bepaald van het centrum van een gemeente in Nederland naar het centrum een andere gemeente in Nederland, België of Duitsland (bron: Google Maps, OpenStreetMap). Het centrum van een gemeente is bepaald op basis van gegevens van Google Maps of, waar deze onbetrouwbare resultaten gaven, als de centroïde van de betreffende gemeente. Op basis van de gegevens van OpenStreetMap is vervolgens met behulp van de Open Source Routing Machine (zie: project-osrm.org) bepaald wat de reistijd tussen twee gemeenten is. Op basis van een reistijdwaarderingsfunctie is vervolgens bepaald welke banen voor welk percentage meetellen; banen dichtbij tellen op die manier zwaarder mee dan banen veraf. Dat is de variant ‘zonder grenzen’ in de grafiek. Daarnaast is er nog een variant gemaakt waarbij ervan is uitgegaan dat de gemiddelde reistijd per kilometer op grensoverschrijdende trajecten gelijk is aan die op binnenlandse trajecten. Dat is de variant ‘optimale infra’ in de grafiek.

 

[3] Zie voor de bijbehorende analyses: G.A. Marlet, 2009: De aantrekkelijke stad (VOC Uitgevers Nijmegen).

[4] Zie voor een uitvoerige beschrijving van de gebruikte methode en bronnen: N. van den Berg, G. Marlet, R. Ponds, C. van Woerkens, 2011: Podiumpeiler 2011. Jaarlijkse monitor voor de podiumkunsten en de muziekindustrie (VOC Uitgevers, Nijmegen).